Het verhaal van Hans

over zijn zus die een tijdlang suïcidaal was. 

 

 


‘Mijn zus Maaike is wat somber van karakter en piekert veel. Ze is in haar jeugd een paar maal geopereerd en heeft aan de narcoses ernstige concen­tratiestoornissen overgehouden. Daardoor heeft ze een korte spanningsboog en kan ze maar een beperkt aantal uren per dag werken. Dat vindt ze heel erg. Ze wil niets liever dan normaal zijn. Ook los daarvan is ze wel zwaar op de hand. Ze maakt zich snel druk over dingen die nog moeten komen. De somberste scenario’s haalt ze zich dan in haar hoofd. Bij elkaar heeft dat bij haar tot ernstige depressies geleid. Als ze zo somber was deed ze regelma­tig uitspraken als: “het hoeft van mij allemaal niet meer, ik wil niet meer leven.” Ik denk niet dat ze echt dood wilde, maar dat ze gewoon niet wist hoe ze verder moest.

 

Er waren genoeg mensen die Maaike in die moeilijke periode probeerden te helpen. Die zeiden bijvoorbeeld: kop op, het komt wel weer goed…. Maar daar kun je niks mee als je zo somber bent. Veel mensen willen een oplos­sing bieden, maar die is er niet! Ook ik had die niet. Uiteindelijk moest zij zelf bedenken dat ze niet dood wil. Ik heb tegen Maaike gezegd dat ze altijd naar mij toe kon komen als ze hulp nodig had. In moeilijke periodes belde ik haar elke dag, of zij belde mij, ook op mijn werk soms. Dan liet ik haar pra­ten, soms wel anderhalf uur lang, over haar angsten en gevoelens. Tot ze zich weer wat beter voelde. Ik heb vooral heel veel geluisterd, zonder te oor­delen of adviezen te geven. Over die suïcidewens hebben we het nooit gehad. Ik was veel te bang dat ze dan juist zou proberen een einde aan haar leven te maken. Ik heb wél eens gezegd: doe geen gekke dingen. En toen mijn vrouw zwanger was, heb ik ook wel eens gezegd: als je er nu uitstapt, zie je mijn kind ook nooit meer, dat je dat maar weet!

 

Kijk, ik ben heel egoïstisch: ik wilde haar gewoon niet kwijt! Ze is niet alleen mijn zus, maar ook zo’n beetje mijn beste vriendin. Ik vond het heel moeilijk te verteren dat ze zich zo rot voelde. Ik zag nog wel degelijk perspectieven voor haar, maar zelf zag ze die niet en op zo’n somber moment kon je die haar ook niet voorhouden. Je wilt helpen en dat kan niet. Gelukkig kon ik er goed over praten met mijn vrouw, mijn ouders en mij beste vriend. Toch vond ik het zwaar en had ik er wel eens genoeg van. Je hebt het in zo’n situatie echt mensen nodig bij wie je zelf je verhaal kwijt kunt.
Ik heb er wel veel verdriet van gehad dat het zo slecht ging met Maaike, maar ik kon het wel een plek geven. Zelf hulp vragen is een lastige stap, heb ik gemerkt. Volgens mij is het voor veel mensen ook lastig te erkennen dat iemand om wie ze veel geven zich zo wanhopig voelt. Bij mijn zus sprak ik over ‘dipjes’. Maar het ging natuurlijk veel dieper.

 

Ongeveer drie jaar geleden heeft Maaike voor het laatste zo’n hevige terug­val gehad. Op een gegeven moment heeft ze zelf besloten dat ze door wilde met haar leven. Dat is geleidelijk gegroeid. Het gaat nu goed met haar, al piekert ze soms nog erg. Maar ze weet nu dat er op een dieptepunt altijd een ommekeer volgt. Toen ik het laatst met haar nog eens erover had, zei ze: heb ik écht gezegd dat ik met de auto tegen een boom wilde rijden? Ze ver­telde ook dat ze vaak had gedacht dat ze ons dat verdriet niet wilde aandoen.

 

Als ik toen had geweten wat ik nu weet, had ik actief met Maaike over haar suïcidale neigingen gesproken. Dan had ik haar misschien beter kunnen hel­pen, omdat zij zich erover kon uiten. Volgens mij neemt daardoor de kans toe dat de wens uiteindelijk verdwijnt. Ik weet dat Maaike zich wel eens schuldig heeft gevoeld, juist omdat ze er wel hints over gaf, maar het verder onbesproken bleef.

 

Ik ben door de situatie met Maaike wel veranderd, serieuzer geworden, wat afstandelijker. Ik laat minder mensen tot mijn vertrouwenskring toe. En ik hecht des te meer aan mijn familie. Dat zijn voor mij de mensen op wie je op de kritieke momenten kunt bouwen. Ik denk ook dat mijn zus het meeste aan ons heeft gehad, al zijn haar vriendinnen net zo goed van levensbelang geweest. Maar bij ons kan ze helemaal zichzelf zijn. Ik ben er altijd voor haar, hoe dan ook.’