De omgeving
Bedenk goed: geen twee mensen met autisme zijn gelijk. Maar allemaal beleven ze de wereld anders dan u. Misschien gedragen ze zich hierdoor op een manier die u niet gewend bent. Dat kan misverstanden opleveren en voor onzekerheid zorgen bij de persoon met autisme én bij u
Tips voor de omgeving
- Bedenk dat mensen met autisme de sociale regels vaak niet begrijpen. Wordt niet boos als een kind met autisme u niet vriendelijk begroet met een lach of een hand. Of vraag zelf om een kopje koffie als u dat niet krijgt wanneer u op visite komt.
- Bedenk dat iemand met autisme niet onbeleefd wil zijn als hij of zij u niet aankijkt.
- Verwacht geen reacties op uw emoties. Verwacht bijvoorbeeld bij verdriet geen arm om uw schouder. Of bij goed nieuws veel blijdschap.
- Verwacht geen reactie op uw non-verbale communicatie zoals een boze gezichtsuitdrukking of gebaren. Als u wilt dat iemand reageert op wat u zegt, vraag er dan specifiek om (‘luister naar wat ik vertel’). Benoem altijd letterlijk wat u wilt of voelt.
- Leg altijd uit wat u wilt gaan doen. En vraag daarna of hij u goed heeft begrepen voordat u iets doet.
- Schreeuw niet of praat niet met een harde stem. Mensen met autisme kunnen hier heftiger van schrikken dan anderen.
- Raak iemand met autisme niet aan als dat niet nodig is. De meesten worden niet graag aangeraakt.
- Bedenk dat veel mensen met autisme zich niet express ‘anders’ gedragen. Hij of zij kan er ook niets aan doen.
- Stel eenvoudige vragen. Bijvoorbeeld: Een moeder moet haar zoon en een klasgenoot met autisme naar voetbaltraining brengen. Ze zegt niet: ‘Ga je mee?’ Maar ze zegt: ‘Je moet naar voetbaltraining. Ik breng je vandaag met de auto naar de club. We vertrekken over vijf minuten, dus trek je jas aan. Je vriendje Jasper gaat mee’.
- Gebruik geen taal met een dubbele betekenis. Het woord ‘vliegangst’ kan hij of zij opvatten als ‘bang zijn voor een vlieg’.
- Geef hem extra tijd om uw informatie op te nemen.
- Vraag altijd of hij u begrepen heeft.
- Gebruik zoveel mogelijk schema’s, agenda’s, bewegwijzering en geschreven instructies om iets duidelijk te maken.
- Vertel of vraag één ding tegelijk.
- Vermijd sarcasme. Een opmerking als ‘prachtig’ als iets juist lelijk is, is voor hem onduidelijk.
- Vermijd onoverzichtelijke en onvoorspelbare situaties. Bijvoorbeeld:
- Lange rijen wachtende mensen, zoals bij een kassa.
- Veel mensen bij elkaar, zoals op een markt of braderie.
- Lawaaiige omgeving, zoals een zwembad, pretpark of festival.