Symptomen

 

 

Verschijnselen
De volgende verschijnselen horen bij autisme:
  • Contact met anderen
    Iemand met autisme kan moeilijk contact maken. Dit komt doordat hij of zij zich moeilijk in kan leven in anderen. Sommige mensen met autisme maken helemaal geen contact met anderen. Anderen zoeken wel contact, maar zij praten dan met name over wat hen zelf bezighoudt. Het contact bestaat uit ‘eenrichtingsverkeer’.
  • Communicatie en taal
    Mensen met autisme nemen woorden vaak letterlijk. Ook hebben ze moeite om indirecte, non-verbale taal te begrijpen. Dit zijn bijvoorbeeld gezegden, gebaren of gezichtsuitdrukkingen. Ook zijn er mensen met autisme die op een aparte manier praten. Bijvoorbeeld met een vreemde stem, ze gebruiken rare woorden of veel herhalingen.
  • Voorstelling maken en fantasie
    Iemand met autisme vindt het moeilijk om een goede voorstelling te maken van iets dat nu niet aanwezig is. Hierdoor is het moeilijk om zich ergens op voor te bereiden. Of om iets te verwerken. Vaak hebben mensen met autisme weinig fantasie, of juist teveel fantasie. Dat laatste kan angstige gedachten opleveren.
  • Interesses en activiteiten
    Mensen met autisme hebben vaak interesse voor maar één of twee voorwerpen, activiteiten of gedachten. Ze kunnen eindeloos hetzelfde doen. Bijvoorbeeld de kraan open- en dichtdraaien, dezelfde muziek luisteren of steeds praten over hetzelfde onderwerp zoals landkaarten of dinosaurussen.

 

Vormen van autisme
  • Klassiek autisme
    Deze vorm van autisme wordt ook kernautisme of Kannersydroom genoemd. Bij klassiek autisme heeft iemand alle eerder genoemde kenmerken van autisme. Iemand met klassiek autisme kan bijvoorbeeld deze problemen hebben:
    • Ze hebben problemen in de omgang met mensen.
    • Ze maken geen oogcontact. Ook vinden ze knuffelen of aanraken niet fijn.
    • Gezichtsuitdrukkingen zeggen hen weinig. Ze vinden het bijvoorbeeld moeilijk om te zien of iemand boos of blij is.
    • Ze hebben moeite met taal. Ze beginnen vaak pas op latere leeftijd met praten.
    • Ze hebben maar voor één of enkele dingen interesse.
    • Ze hebben vaak rituelen. Verandert daar iets in? Dan raken ze in paniek.
    • Veel mensen met klassiek autisme herhalen bepaalde bewegingen continu, zo kunnen ze bijvoorbeeld ‘wiegen’. Ook zie je dat ze bepaalde aparte bewegingen maken zoals ‘fladderen’.
  • Het syndroom van Asperger
    Mensen met het syndroom of de stoornis van Asperger hebben veel dezelfde klachten als iemand met klassiek autisme. Zoals moeite echt contact te maken met anderen. Ook zij hebben opvallende beperkte interesses en activiteit. Het verschil met klassiek autisme is de spraakontwikkeling. Deze is bij mensen met Asperger normaal tot goed ontwikkeld. Wel praten ze vaak op een aparte, wat plechtige manier. Ook ontstaan er vaak problemen met subtiele communicatie en lichaamstaal. Ze nemen figuurlijke taal bijvoorbeeld letterlijk.
  • PDD-NOS
    PDD-NOS is de afkorting voor Pervasive Development Disorder Not Otherwhi­sed Specified. Er wordt vaak gezegd dat iemand met PDD-NOS een lichte vorm van autisme heeft. Dit betekent niet dat het een minder ernstige vorm is. Veel mensen met PDD-NOS zijn extreem gevoelig voor ‘prikkels’ uit de omgeving. Ze kunnen bijvoorbeeld last hebben van achtergrondgeluiden die anderen niet eens horen. Voor hen is het moeilijk om normaal om te gaan met leeftijdsgenoten. Ze sluiten moeilijker vriendschap en vinden het lastig om hun dagelijkse leven en vrije tijd in te vullen.
  • McDD
    McDD is de afkorting van Multiple-complex Development Disorder. In het Nederlands betekent dat meervoudig complexe ontwikkelingsstoornis. Mensen met McDD hebben de problemen die bij PDD-NOS horen. Daarnaast hebben zij veel moeite om hun emotie onder controle te houden. Daardoor zijn ze extreem angstig of hebben ze problemen om hun woede onder controle te houden. Sommigen kunnen de werkelijkheid en de fantasieën niet goed meer uit elkaar houden.