Wat kunt u zelf doen?

 

 

De eerste stap is toegeven en accepteren dat er iets aan de hand is. Neem uw gevoelens en klachten serieus. Hieronder leest u meer over wat u zelf kunt doen.

 

Praten
Het is belangrijk uw problemen met anderen te delen. Praten lucht op! Door te praten over uw problemen geef u voor uzelf toe dat ze er zijn. En misschien worden uw klachten wel minder. Door hardop te denken merkt u wat voor klachten u hebt en hoe erg ze zijn. En misschien ontdekt u dat u niet de enige bent met dit probleem. Misschien kan deze persoon u steun geven. Er rust nog altijd een taboe op psychische problemen. Veel mensen durven niet over hun problemen te praten uit schaamte of uit angst ‘gek’ gevonden te worden. Die angst is meestal onterecht.

 

Praten, maar met wie?
Het is belangrijk iemand te kiezen bij wie u zich op uw gemak voelt. Iemand die u goed kent en die om u geeft. Dat kan een zus, broer of ouder zijn. Maar ook een goede vriendin of sportmaatje. Soms zijn problemen gemakkelijker te bespreken met iemand die u minder goed kent. Denk aan een collega, een vertrouwenspersoon of een bedrijfsarts. Het kan ook een geestelijk raadsman of –vrouw zijn.

 

Bellen
Wilt of kunt u niet met iemand uit uw omgeving praten? Dan kunt u ook bellen met een telefonische hulpdienst. U bepaalt zelf wanneer u belt en u kunt anoniem blijven. Ook familieleden en andere naasten kunnen hier terecht. Hieronder leest u twee voorbeelden van telefonische hulpdiensten.
  • Psychische Gezondheidslijn
    De mensen aan de telefoon zijn vrijwilligers die veel weten over psychische problemen. Ze luisteren naar u, kunnen u steun bieden en advies geven. Ze hebben telefoonnummers en adressen van patiëntenverenigingen en hulpverleners bij u in de buurt. Bel 0900 903 903 9 (€ 0,20 p/min. elke werkdag van 10.00 – 16.00 uur)
  • Sensoor
    Deze telefonische hulpdienst is dag en nacht bereikbaar. De mensen aan de telefoon zijn vrijwilligers die weten hoe belangrijk het is om uw verhaal aan iemand kwijt te kunnen. Bel 0900 0767 (€ 0,05 p/min.).

 

Schrijven
Misschien kunt u niet over uw problemen praten, omdat het te gevoelig is. Dan kunt u uw problemen ook opschrijven. Schrijven kan een manier zijn om onder woorden te brengen wat u bezighoudt. U kunt het voor uzelf houden en het in een dagboek opschrijven. Ook kunt u iemand een brief schrijven. U kunt uw vraag of verhaal ook mailen naar de Psychische Gezondheidslijn.

 

Informatie zoeken
Informatie kan u helpen inzicht te krijgen in uw problemen of klachten. Over psychische problemen en psychiatrische ziekten bestaan folders, brochures, (zelfhulp) boeken, dvd’s en internetsites zoals deze.

 

Brochures, boeken en dvd’s kunt u bestellen in de webwinkels van het Fonds Psychische Gezondheid en het Trimbos instituut. U kunt ook terecht bij een Informatiewinkel Geestelijke Gezondheidszorg bij u in de buurt. Daar vindt u informatie over psychische problemen, behandelingen en therapeuten. Adressen vindt u in de telefoongids of op internet.

 

Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren informatiebijeenkomsten over psychische problemen. Sommige bijeenkomsten zijn voor mensen met een bepaald psychisch probleem, andere zijn voor partners of ouders. Ze worden vaak aangekondigd in huis-aan-huisbladen.

 

Cursussen en trainingen bij instellingen voor geestelijke gezondheidszorg
Elke instelling voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) geeft trainingen en cursussen voor het aanpakken van lichte psychische klachten. Kijk voor meer informatie op de website van de instelling voor geestelijke gezondheidszorginstelling bij u in de buurt.

 

Hulp zoeken
Gaan de klachten niet over? Of worden ze erger en maakt u zich daar zorgen over? Merkt u dat u niet goed meer kunt functioneren. Dan is het verstandig om hulp te zoeken bijvoorbeeld bij de huisarts.

 

Tips voor nabestaanden
  • Probeer de eerste dagen na het overlijden zo bewust mogelijk mee te maken en zoveel mogelijk zelf te doen. Dit helpt bij het afscheid nemen.
  • Wees niet bang om kinderen te betrekken bij de praktische zaken rond het overlijden.
  • Vertel kinderen concreet, eerlijk en duidelijk wat er aan de hand is. Uitspraken als ‘papa slaapt voor altijd’ of ‘god heeft je zusje tot zich genomen omdat hij haar zo lief vond’ kunnen een kind bang maken om te gaan slapen of opstandig maken.
  • Ga uw gevoelens niet uit de weg. Ze nemen daardoor niet af. Denk ook niet dat wat u voelt, bijvoorbeeld boosheid of razernij, niet ‘hoort’ of niet ‘goed’ is.
  • Praat, als u daaraan behoefte heeft, met vertrouwde mensen over uw gevoelens, de overledene of gebeurtenissen rond het overlijden.
  • U kunt uw verlies ook verwerken door - bijvoorbeeld - te sporten, naar muziek te luisteren, een dagboek bij te houden, te klussen, of tekeningen te maken. Belangrijk is dat u de manier vindt die bij u past.
  • Vooral als u last heeft van een ’film’ in uw hoofd over de laatste dag(en) voor het overlijden, kan het helpen om te schrijven over het leven van en met uw dierbare. Gun uzelf de tijd. Het verwerkingsproces kan langer duren dan u wellicht verwacht.
  • Vertel mensen in uw omgeving wat u prettig vindt, zoals wel of niet over het verlies praten of samen iets ondernemen.
  • Probeer structuur in de dag te houden, door op tijd op te staan, drie keer per dag te eten (al is het nog zo weinig), het huishouden te doen en op tijd naar bed te gaan.
  • Probeer stap voor stap het leven weer op te pakken en ga bijvoorbeeld bij iemand langs of maak een wandeling, ook al vindt u dat nog een grote stap.
  • Als u geen afscheid hebt kunnen nemen van uw dierbare kan het helpen om een afscheidsceremonie te houden.
  • Zoek meer informatie over rouw en verliesverwerking in boekhandel, bibliotheek of op internet.
  • Zoek contact met lotgenoten, een rouwbegeleider of professionele hulpverlener als u daaraan behoefte heeft.