Oorzaken

 

 

Zwakke plek
Elk mens kan het slachtoffer worden van pesten, maar sommige mensen lopen meer risico. Eén belangrijke reden is dat ze niet in staat zijn goed voor zichzelf op te komen.
Pesters kiezen de kwetsbaarste in de groep als slachtoffer. Degene die zich weerloos of machteloos voelt. Als het slachtoffer gaat huilen of overdreven agressief of verdedigend reageert, is dat voor de pester het bewijs dat de pesterij raak was. De pester pakt een persoon altijd op diens zwakke plek, zoals een afwijkend uiterlijk, een accent, snel blozen, dik zijn, slim of juist niet zo slim zijn. Zo’n kenmerk is nooit alleen bepalend. Zeker zo belangrijk is dat de persoon er zelf onzeker of ontevreden over is. Ook kan het zijn dat de gepeste anders is dan ‘de groep’. Iemand kan uit de toon vallen door een hobby, een overtuiging of waarden en normen. Als die persoon zich niet wil aanpassen aan de groep, kan dit tot pesten leiden.

 

Redenen om te pesten
Mensen kunnen om uiteenlopende redenen pesten. Een pestkop pest meestal om onzekerheid te verbergen en macht te krijgen. Met zijn gedrag geeft de pestkop zichzelf een (stoere) houding. Anderen gaan tegen hem opkijken. Soms pest iemand om eigen frustraties af te reageren of uit onmacht om op een gelijkwaardige manier met anderen om te gaan. Ook jaloezie kan een reden zijn om te pesten. Meestal weet de pester zelf niet goed waarom hij het doet. Hij beseft ook niet wat het met de gepeste doet. Daarom voelt de pester zich niet schuldig. Het was immers ‘maar een grapje’.

 

De omstandigheden
Soms heeft pesten weinig met het slachtoffer te maken en is het een uitlaatklep voor frustraties binnen een groep. In werksituaties komt pesten vaak voor als er veel competitie en kliekvorming is.

 

De omstanders
Bij pesten zijn altijd omstanders betrokken. Voor een deel zijn dit meelopers die zelf ook pesten. Maar het merendeel bestaat uit mensen die doen of ze niets merken. Zo lopen ze minder risico om zelf te worden gepest of buitengesloten. Vaak voelen ze zich wel schuldig, maar uit angst voor hun eigen veiligheid grijpen ze niet in. Wie het toch voor het slachtoffer opneemt, wordt meestal de mond gesnoerd. Omstanders leggen de schuld regelmatig bij de gepeste zelf. Ze zeggen dat hij of zij het zelf uitlokte.

 

Zwijgen
Slachtoffers praten zelden uit zichzelf met ouders, leerkrachten, hun partner of vrienden over pesterijen. Ze hebben vaak het gevoel dat het hun eigen schuld is. Of ze schamen zich omdat ze ‘niet populair’ zijn. Ook denken ze vaak dat praten toch niet helpt. Ze zijn bang dat het pesten erger wordt als uitkomt dat ze erover gepraat hebben. Of dat ze niet serieus worden genomen. Maar zwijgen houdt pesten juist in stand. Alleen door het pesten en de pester bekend te maken, kan het stoppen.

 

Manieren van pesten
Mensen kunnen op verschillende manieren pesten: met woorden, lichamelijk of op een andere manier. Meisjes en jongens pesten ieder op hun eigen manier. Meisjes doen dit meer met woorden, bijvoorbeeld door te roddelen en geheimen te verklappen. Jongens pesten vaker lichamelijk. Volwassenen, bijvoorbeeld in een bedrijf, pesten door iemand steeds belachelijk te maken vanwege uiterlijk, sekse, seksuele geaardheid, herkomst of levensopvatting. Of door die persoon buiten te sluiten bij gesprekken of afspraakjes. Leidinggevenden pesten medewerkers door hen veel te laten overwerken, voortdurend hun werk af te kraken of hen ver onder of boven hun niveau te laten werken. Pesten kan ontaarden in agressie of seksuele intimidatie.

 

De meest voorkomende manieren van pesten zijn:
  • Met woorden.
  • Belachelijk maken, uitlachten.
  • Kleineren, vernederen.
  • Schelden, bijnamen geven.
  • Roddelen.
  • Gemene briefjes, e-mails of sms-berichten sturen.
  • Bedreigen.
  • Achterna lopen.
  • Klem zetten of opsluiten.
  • Trekken, duwen, schoppen, slaan.
  • Doodzwijgen of buitensluiten bij gesprekken of activiteiten.
  • Spullen aftroggelen of geld afpersen.
  • (dierbare) bezittingen afpakken of vernielen.