Tips voor de omgeving

 

Dilemma
Mensen die een kind kennen dat het thuis moeilijk heeft, houden zich vaak afzijdig. Ze maken zich misschien wel zorgen, maar weten niet wat ze voor het kind kunnen doen. Of ze zijn bang zich te bemoeien met zaken waar ze niks mee te maken hebben. Het is niet iets dat u zomaar doet. U weet nooit zeker wat zich in een gezin afspeelt en wat de gevolgen zijn van de inmenging.

 

Kleine dingen
Om iets te betekenen voor een kind in de knel is het niet direct nodig om u in de gezinssituatie te mengen. Een kind dat psychisch mishandeld of emotioneel verwaarloosd wordt, krijgt niet genoeg liefde, warmte, respect en stimulans. Het is voor zo’n kind heel waardevol om te merken dat er ook mensen zijn die wél liefdevol met hem of haar omgaan. Mensen waar het kind terecht kan, die het serieus nemen en waar het zich veilig kan voelen. Die luisteren naar schoolverhalen, tekeningen bekijken of ervoor zorgen dat hij of zij een middag onbekommerd kan spelen met leeftijdgenootjes. Tips voor wat u kunt doen
  • Toon belangstelling voor school, vriendjes en hobby’s.
  • Bekijk tekeningen die het kind heeft gemaakt.
  • Geef het kind (extra) complimentjes.
  • Geef het kind eens een aai over de bol.
  • Organiseer een gezellige middag, met bijvoorbeeld spelletjes, een videofilm, koekjes bakken of een bezoek aan zwembad of speeltuin .
  • Neem het kind - met instemming van de ouders - eens mee naar de dierentuin, het strand of de film .
  • Vraag de ouders of het kind een nachtje mag komen logeren.
  • Nodig het kind uit om een keertje te komen eten.
  • Lees een mooi verhaal voor.

 

Aankaarten of niet?
Wanneer u zich zorgen maakt om een kind in de knel, dan vraagt u zich misschien af of u met het kind of met de ouders zult gaan praten. Wat is verstandig?
  • Praten met het kind
    Het is zeker niet verstandig om plompverloren met het kind te praten over de situatie thuis. Daar kan het kind van schrikken. Kleine kinderen beseffen niet dat de situatie thuis niet normaal is. Een kind dat dit wél weet, zal het waarschijnlijk niet toegeven. Want de meeste kinderen willen - óók als ze worden mishandeld - niets negatiefs over hun ouders zeggen of horen. Soms hebben de ouders het kind verboden om over de situatie thuis te praten. Hou er rekening mee dat het kind waarschijnlijk bang is voor de gevolgen. Als u merkt dat het kind zich prettig voelt bij u en zichzelf is, dan kunt u eens op een heel gewone toon vragen hoe het thuis gaat. Aan de reactie van het kind merkt u vanzelf wel of het er iets over kwijt wil. Vraag niet teveel in één keer en zeg erbij dat het altijd bij u mag komen als het iets wil vertellen. Het komt veel voor dat kinderen denken dat het aan henzelf ligt. Erkenning voor de moeilijke situatie thuis en laten weten dat het niet aan hen ligt, is dan van belang. Het kan voorkómen dat het kind negatief over zichzelf gaat denken.
  • Gesprek met de ouders
    Misschien wilt u meer doen voor het kind en proberen ervoor te zorgen dat de situatie thuis verbetert. Hoezeer het lot van het kind u ook aan het hart gaat, een gesprek aangaan met de ouders is een moeilijke stap. Dit is meer een taak voor professionele hulpverleners. Stap nooit op hoge poten naar de ouders om hen eens flink de waarheid te zeggen. De kans is groot dat de ouders zullen denken dat hun kind ‘geklikt’ heeft en zullen het daar misschien voor straffen. De ouders kunnen zich aangevallen voelen en zullen hun twijfels en onzekerheden dan zeker niet uitspreken tegen iemand die ze beschuldigt. Ze zijn misschien bang om hun kind te verliezen of met de nek aangekeken te worden. Veroordeel de ouders dus niet, maar biedt ze bijvoorbeeld hulp door het kind af en toe eens op te vangen.
  • Advies of melding
    U kunt ook de onderwijzer of huisarts van het kind over uw zorgen vertellen, of advies vragen aan of een (eventueel anonieme) melding doen bij een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), Tel. 0900-123 123 0 (€0,05 p/min.).