Therapie helpt bij een dwangstoornis


Bij een dwangstoornis is de combinatie van gedragstherapie en medicijnen de meest geschikte vorm van therapie. Tijdens de therapie krijgt u juist die voorwerpen of situaties te zien (of u neemt ze in gedachten) waar u dwanggedachten van krijgt en die u zo bang maken. Dit heet exposure. U leert in zulke situaties vol te houden en uw dwanghandelingen tegen te houden. Meestal krijgt u ook huiswerk mee. De therapie kan ook gaan over de angsten die tot de dwanggedachten- en handelingen leiden. Soms is de dwang zo ernstig, dat u moet worden opgenomen in een speciale kliniek.

 

Naast de therapie kunt u nog extra oefeningen van uw behandelaar krijgen. Bijvoorbeeld ontspanningsoefeningen, assertiviteitstrainingen en technieken om te leren relativeren en gevoelens te uiten. Ook kan contact met lotgenoten u veel steun geven.

 

De therapie vraagt veel van u. U heeft daarbij de steun nodig van uw partner, familie en vrienden. Maar de resultaten zijn vaak erg goed. Bij zeventig procent van de mensen worden de klachten zoveel minder dat ze er goed mee kunnen leven.

 

Medicijnen
Heeft u een ernstige vorm van dwangstoornis? Dan krijgt u meestal eerst medicijnen en later komt daar gedragstherapie bij. U moet deze medicijnen soms jarenlang gebruiken.

 

De meest gebruikte medicijnen zijn antidepressiva*. Vooral de nieuwe soorten antidepressiva lijken goed te helpen. Bij ongeveer zestig procent van de mensen met een dwangstoornis worden de dwangklachten minder.