Leven met een dwangstoornis
De meeste mensen met een dwangstoornis schamen zich voor hun gedachten en gedrag. U doet uw best om uw probleem verborgen te houden. Gedachtenrituelen houdt u zelfs vaak geheim voor uw partner. Tegelijkertijd bent u een groot deel van uw tijd bezig met de dwang. U vermijdt vaak situaties waarin dwanggedachten- of handelingen kunt krijgen. Daardoor heeft u geen normaal sociaal leven meer. En soms kunt u hierdoor ook niet meer werken.
Wat kunt u doen?
Dwangstoornissen gaan nooit vanzelf over. Wacht daarom niet met hulp zoeken. Als u niets doet, worden uw klachten alleen maar erger. Het belangrijkste is dat u toegeeft dat u een probleem heeft en daar iets aan wilt veranderen. Het is niet iets om u voor te schamen. Dwangstoornissen zijn goed te behandelen. Hebben uw klachten invloed op uw dagelijkse leven? Ga dan naar uw huisarts, hij kan u verder helpen.
Dokters en andere hulpverleners hebben afspraken gemaakt over hoe zij dwangstoornissen het beste kunnen behandelen. Zo zijn dwangstoornissen vaak goed te behandelen met gedragstherapie en medicijnen. U kunt ook zelf en samen met mensen om u heen (partner, familie en vrienden) aan uw dwang werken.
Tips
• Zoek zo vroeg mogelijk hulp.
• Probeer met uw partner, familie en vrienden te praten over uw gedachten en gevoelens. Dit kan u stimuleren om hulp te zoeken.
• Schrijf eens op welke dwanghandelingen u heeft, hoeveel tijd dat kost en wat u erbij denkt en voelt.
• Doe ademhalings- en ontspanningsoefeningen. Vraag uw huisarts bijvoorbeeld om deze oefeningen.
• Ga naar Mentaal Vitaal. Hier kunt u werken aan uw mentale gezondheid door bijvoorbeeld tips, oefeningen, cursussen en therapie.