Het verhaal van Herman
Vier jaar geleden moest Herman door een knieblessure stoppen met voetballen. Sindsdien is hij geleidelijk minder opgewekt geworden. Tegen zijn werk lijkt hij steeds meer op te zien. Zo ontspannen als hij vroeger was, zo verkrampt is hij nu vaak. Hij kijkt zijn klanten nauwelijks nog aan en belt ze ook steeds vaker op om afspraken te verzetten.
Na maandenlang ontwijken en ontkennen vertelt Herman zijn zus uiteindelijk wat er aan de hand is: hij is bang dat hij zijn klanten ziek zal maken. Hij vertelt dat hij onder het knippen van een klant soms plotsklaps de gedachte krijgt: “ik bezorg jou kanker”. Alsof hij met de kracht van zijn gedachten iemand ziek zou kunnen maken! Deze gedachten komen onverwachts, zonder enige aanleiding, bij hem op.
Na het vertrek van de klant schrobt Herman al zijn kammen, mesjes en scharen grondig schoon. Ondertussen probeert hij enkel ‘goede’ gedachten te hebben. Maar die vreselijke gedachten raakt hij maar niet kwijt. Langzamerhand is Herman ten einde raad.
Hermans zus dringt aan op een bezoek aan de huisarts. Deze verwijst hem naar een psychiater, die Herman medicijnen voorschrijft om zijn neiging tot schoonmaken te bedwingen. Herman gaat ook naar een psycholoog, waar hij leert zijn gevoelens te uiten, vooral boosheid en frustratie.
Hij traint nu elftallen van zijn oude voetbalclub. Daar kan hij heel wat spanning in kwijt. Zijn stemming is geleidelijk verbeterd en hij heeft minder vaak dwanggedachten. Zijn werk doet hij weer met plezier, zonder door angst te verkrampen.
|
|
|
Disclaimer & Privacybeleid | Sitemap Copyright 2012 Fonds Psychische Gezondheid |